Soms zijn je etappes vooraf bepaald. Wie binnen slaapt, zal hoedanook rekening houden met het aanbod aan overnachtingsmogelijkheden en zijn etappes daar vaak aan moeten aanpassen. Wie kampeert, heeft meer vrijheid.
Enkele algemene tips:
- Etappes zijn gemiddeld 6 à 8 u lopen. Het kan langer, maar zorg voor een afwisseling van zwaardere en lichtere dagen. Genieten blijft de boodschap.
- Het is beter je etappes wat voorzichtig in te schatten en indien nodig ter plaats uit te breiden door een langere route te nemen of een extra bergtopje te doen. Omgekeerd is het soms moeilijker om etappes korter te maken omdat je overnachtingsplaats of eindpunt bereikt moet worden.
- Bouw tijdens de eerste dagen van je tocht het aantal wandeluren op en gun jezelf de tijd om in te lopen. De eerste dagen zijn altijd wat wennen, na 3-4 dagen zal je langere stapdagen veel beter aankunnen.
Kan je zelf je etappes kiezen, dan kies je de duurtijd in functie van (1) je uithouding en stapervaring, (2) het weer en (3) het terrein. Op zich speelt de rugzak ook wel mee maar ook dat hangt af van je uithouding.
(1) Uithouding
Wie beschikt over wat basisuithouding, kan beginnen met 20 kilometer in heuvelachtig terrein. In de bergen is een etappe van 15 kilometer al behoorlijk want daar zit je ook met heel wat hoogteverschillen. Een cumulatief hoogteverschil (som van aantal positieve en negatief hoogtemeters) tot 2000m is voor wie wat basisuithouding heeft, doenbaar. Etappes van gemiddeld 7 uur zijn mogelijk.
Heb je weinig uithouding, dan haal je beter de afstand en wandeluren naar beneden. 6u wandelen is een mooi gemiddelde.
Wie een sterke uithouding heeft en ook al wat stapervaring heeft opgedaan, zal meer kilometers aankunnen en sneller hoogtemeters kunnen overbruggen. Dan kan je uitgaan van 400m stijgen per uur en 600m dalen per uur (zie berekening wandeluren).

Verschillen in tempo hebben vaak met uithouding en ervaring te maken. In de groep bepaald de ‘zwakste’ het tempo.
(2) Het weer
Het weer valt niet altijd te voorspellen, maar vooraf tracht je toch een idee te krijgen hoe warm en nat het gemiddeld is in je reisperiode.
Bij erg warm of koud weer wandel je best wat minder kilometers. Is het heet, dan kan je overwegen om tijdens de warmste uren te pauzeren. Dan vertrek je ’s morgens vroeg en wandel je eventueel nog wat door in de avonduren. Zorg ook voor voldoende water.
In het hooggebergte is het zelden te warm maar kunnen er wel warmteonweerders plaatsvinden op warmere dagen. Ze komen vaak in de late namiddag voor. Ook dan is het nuttig om vroeg te vertrekken en te zorgen dat je tegen het onweer op lagere hoogtes bent.

Je route zoeken in mistig terrein kan je ook een hoop tijd doen kwijtspelen.
(3) Terrein
Wandelen over een goed uitgetreden pad gaat snel vooruit. Je mag dan snel rekenen op 4 à 5 kilometer per uur. Als het terrein erg modderig is of je moet laveren over blokkenvelden, dan kan je snelheid terugvallen tot 2 kilometer per uur. Ga dus zeker op voorhand na welk terrein je kan verwachten.
Ook ter plekke kan je aan toeristische bureaus of huttenwaarden vragen hoe een route erbij ligt. Bovendien speelt ook het weer een belangrijke rol. Heeft het al weken niet geregend dan liggen de paden er vaak een stuk beter bij dan als het alsmaar nat is geweest. Gladde rotsen zijn ook een stuk verraderlijker dan droog terrein, je zal dan nog voorzichtiger en dus trager zijn.

Op zwaar terrein waar je bij elke stap moet nadenken, loopt de snelheid snel terug.