Opmaak van een etappeplan

18 mei

Een etappeplan is een stapschema op papier. Een strikt plan is noodzakelijk als je binnen slaapt omdat je vaak je overnachtingsplaatsen moet reserveren. Wie kampeert, heeft meer flexibiliteit om zijn etappes in te delen en kan ter plaatse beslissen waar de tent of het zeil wordt opgezet. Een referentiekader is wel nodig om te zorgen dat je op tijd op het eindpunt geraakt.

Per etappe schrijf je volgende zaken op: begin- en eindpunt, aantal kilometer, positieve hoogtemeters (aantal meter klimmen), negatieve hoogtemeters (aantal meter dalen), wandeluren, ev. bevoorradingsmogelijkheden. Je kan er ook aandachtspunten opnemen rond het terrein en de route.

Het is ook aan te raden om alternatieve routes te voorzien bij slecht weer of als je voor een andere reden je route moet inkorten of aanpassen.

In de volgende berichten geven we meer informatie over:

Een voorbeeld van een reisschema voor een 7-daagse kampeertocht in de Vanoise.

Plan ik een reservedag?

18 mei

Een reservedag kan nuttig zijn als je je route onvoldoende flexibel kan aanpassen en je sterk afhangt van de weersomstandigheden of de condities op het terrein. Dan zorg je best voor wat speling van een halve of volledige dag. Hoe langer je tocht, hoe meer speling je best voorziet. Voorzie dan wel iets van mogelijke activiteiten mocht je die reservedag toch niet nodig hebben.

Een andere mogelijkheid is je route zo plannen dat je kan inkorten waar nodig of een alternatief eindpunt achter de hand hebt. Inkortingsmogelijkheden plan je best zo laat mogelijk in je tocht, bijvoorbeeld de laatste of voorlaatste dag omdat je nooit weet hoe het weer kan omslaan in enkele dagen tijd.

Verrassend hoeveel gegadigend het strand in Nice zagen zitten na een week in de Maritieme Alpen. Wie het zwemmen snel beu was, ging de stad verkennen.

 

 

Rustdagen

18 mei

Rustdagen hoeven niet maar kunnen nuttig zijn voor wie nood heeft om fysiek en mentaal uit te rusten. Als je erg lange tochten maakt van bijvoorbeeld 2 weken of langer, dan kan een rustdag wel nodig zijn.

Soms neem je ze gedwongen als het weer echt slecht is. Als je kan kiezen, neem je rustdag dan in een dorp of stadje waar er nog iets te beleven valt. Dan kan je het combineren met wat cultuur en ook meteen herbevoorraden.

De geoefende stapper zal een volledige rustdag vaak te lang vinden. Daarom is het interessanter om bijvoorbeeld 1 dag per week een rustigere wandeldag in te lassen waarbij je maar een halve dag stapt. Dan kom je aan in de vroege namiddag en heb je wat extra uren rust voor het avondeten. Dat doe je dan bijvoorbeeld als het weer wat minder is of als je opnieuw kunt herbevoorraden in een dorpje. Dan kan je er eventueel ook voor opteren om eens binnen te slapen of je tentje op een camping te zetten, genieten van een deugddoende douche en eens de lokale keuken te gaan uitproberen.

Een halve rustdag op een kampeertrekking wordt ingevuld door een typisch Italiaans restaurantje.

Lengte van etappes

18 mei

Soms zijn je etappes vooraf bepaald. Wie binnen slaapt, zal hoedanook rekening houden met het aanbod aan overnachtingsmogelijkheden en zijn etappes daar vaak aan moeten aanpassen. Wie kampeert, heeft meer vrijheid.

Enkele algemene tips:

  • Etappes zijn gemiddeld 6 à 8 u lopen. Het kan langer, maar zorg voor een afwisseling van zwaardere en lichtere dagen. Genieten blijft de boodschap.
  • Het is beter je etappes wat voorzichtig in te schatten en indien nodig ter plaats uit te breiden door een langere route te nemen of een extra bergtopje te doen. Omgekeerd is het soms moeilijker om etappes korter te maken omdat je overnachtingsplaats of eindpunt bereikt moet worden.
  • Bouw tijdens de eerste dagen van je tocht het aantal wandeluren op en gun jezelf de tijd om in te lopen. De eerste dagen zijn altijd wat wennen, na 3-4 dagen zal je langere stapdagen veel beter aankunnen.

Kan je zelf je etappes kiezen, dan kies je de duurtijd in functie van (1) je uithouding en stapervaring, (2) het weer en (3) het terrein. Op zich speelt de rugzak ook wel mee maar ook dat hangt af van je uithouding.

(1)   Uithouding

Wie beschikt over wat basisuithouding, kan beginnen met 20 kilometer in heuvelachtig terrein. In de bergen is een etappe van 15 kilometer al behoorlijk want daar zit je ook met heel wat hoogteverschillen. Een cumulatief hoogteverschil (som van aantal positieve en negatief hoogtemeters) tot 2000m is voor wie wat basisuithouding heeft, doenbaar. Etappes van gemiddeld 7 uur zijn mogelijk.

Heb je weinig uithouding, dan haal je beter de afstand en wandeluren naar beneden. 6u wandelen is een mooi gemiddelde.

Wie een sterke uithouding heeft en ook al wat stapervaring heeft opgedaan, zal meer kilometers aankunnen en sneller hoogtemeters kunnen overbruggen. Dan kan je uitgaan van 400m stijgen per uur en 600m dalen per uur (zie berekening wandeluren).

Verschillen in tempo hebben vaak met uithouding en ervaring te maken. In de groep bepaald de ‘zwakste’ het tempo.

(2)   Het weer

Het weer valt niet altijd te voorspellen, maar vooraf tracht je toch een idee te krijgen hoe warm en nat het gemiddeld is in je reisperiode.

Bij erg warm of koud weer wandel je best wat minder kilometers. Is het heet, dan kan je overwegen om tijdens de warmste uren te pauzeren. Dan vertrek je ’s morgens vroeg en wandel je eventueel nog wat door in de avonduren. Zorg ook voor voldoende water.

In het hooggebergte is het zelden te warm maar kunnen er wel warmteonweerders plaatsvinden op warmere dagen. Ze komen vaak in de late namiddag voor. Ook dan is het nuttig om vroeg te vertrekken en te zorgen dat je tegen het onweer op lagere hoogtes bent.

Je route zoeken in mistig terrein kan je ook een hoop tijd doen kwijtspelen.

(3)   Terrein

Wandelen over een goed uitgetreden pad gaat snel vooruit. Je mag dan snel rekenen op 4 à 5 kilometer per uur. Als het terrein erg modderig is of je moet laveren over blokkenvelden, dan kan je snelheid terugvallen tot 2 kilometer per uur. Ga dus zeker op voorhand na welk terrein je kan verwachten.

Ook ter plekke kan je aan toeristische bureaus of huttenwaarden vragen hoe een route erbij ligt. Bovendien speelt ook het weer een belangrijke rol. Heeft het al weken niet geregend dan liggen de paden er vaak een stuk beter bij dan als het alsmaar nat is geweest. Gladde rotsen zijn ook een stuk verraderlijker dan droog terrein, je zal dan nog voorzichtiger en dus trager zijn.

Op zwaar terrein waar je bij elke stap moet nadenken, loopt de snelheid snel terug.

Berekenen van wandeluren

18 mei

Afstanden en wandeluren kan je vaak halen uit een wandelgids. Als je enkel een kaart voorhanden hebt of de wandeltijd uit de gids wilt narekenen, dan kan je als volgt tewerk gaan:

(1)   Het aantal kilometers kan je afmeten bijvoorbeeld door de rand van een blad papier naast je route te leggen. De schaal van je kaart vb. 1:50.000 geeft aan dat 1cm op de kaart 50.000cm is op het terrein, dus 0,5km. Stel dat je 40cm hebt gemeten, dan betekent dit 40 * 0,5 = 20 km.

Door de rand van een blad naast de route te leggen en te verschuiven, kan je afmeten om hoeveel centimeters het op de kaart gaat.

(2)   Het aantal hoogtemeters leidt je af uit de hoogtelijnen op je kaart. Je neemt het verschil tussen de waarde van de laagste hoogtelijn en de hoogste. Dit ga je voor elke klim en afdaling moeten doen. Dan tel je respectievelijk het aantal klimmeters op, en het aantal daalmeters op. Hoogtelijnen ‘lezen’ vergt wat oefening, een cursus kaart en kompas kan daarvoor handig zijn. Via software kan je ook afstanden en hoogtemeters berekenen, al kom je dan vaak een stuk hoger uit dan als je het op basis van de kaart doet. Je doet het best op papier anders zit de kans erin dat je het aantal wandeluren gaat overschatten.

Via software, zoals deze van Frankrijk (géorando) kan je ook hoogtemeters berekenen maar vaak kom je enkele honderden meters meer uit dan als je dit op basis van de kaart doet.

(3)   Het aantal wandeluren bereken je op basis van de kilometers, de positieve hoogtemeters en de negatieve hoogtemeters. Zeker in de bergen is het nodig om dit te berekenen, op heuvelachtig terrein is dit minder het geval. Gemiddeld wordt uitgegaan van 4km per uur, 300m stijgen per uur en 500m dalen per uur:

  • Horizontale uren: aantal kilometer/4 = aantal uren (vb. 16 km aan 4 km/u = 4 uur)
  • Verticale uren: aantal meter stijgen/300 + aantal meter dalen/500 = aantal uren stijgen/dalen (vb. 1200m stijgen aan 300m/u + 1000m dalen aan 500m/u = 6u)
  • Som van uren = grootste getal + kleinste getal/2 (vb. 6u + 4u/2 = 8u)

Dit is enkel indicatief, het terrein en je conditie kunnen een wezenlijk verschil maken.

Overnachtingsmogelijkheden

18 mei

Er bestaan heel wat diverse overnachtingsmogelijkheden, we hebben ze in een ander artikel al kort beschreven. Een etappeplan maak je vaak in functie van waar je kan overnachten.

Binnen slapen

Adressen worden soms al in je wandelgids vermeld maar zijn niet altijd up to date. Beter ga je online na wat de mogelijkheden zijn vb. op de website van je wandelroute of op een regionale toeristische site (van de gemeente, van de streek, van het regionaal of nationaal park).

Verblijfadressen hebben meer en meer hun eigen site wat het kiezen eenvoudiger maakt. Ook e-mails worden steeds sneller beantwoord maar vaak ga je nog altijd mensen moeten aanspreken in hun eigen taal.

Wie in het hooggebergte gaat stappen, zal moeten slapen in berghutten want andere mogelijkheden zijn er vaak niet (tenzij je gaat kamperen).

Altijd goed checken waar precies je overnachtingsadres is gelegen voor je het gaat boeken, want soms ligt het ver van het dorp waar je overnachting zoekt en dat betekent dus heel wat extra kilometers en afwijken van je wandelroute. In Frankrijk is bijvoorbeeld de straatnaam de benaming van het gehucht. Zeker het adres eens intikken in http://maps.google.be om de locatie te checken, eventueel met extra aanduiding van het gebied omdat een plaatsnaam in diverse regio’s kan voorkomen.

Als je binnen slaapt, dan loopt de rekening snel op. Neem je half-pension in berghutten of gîtes d’étape dan mag je snel rekenen tussen 35 à 50 euro per persoon per nacht. In gastenkamers en hotels wordt dit bedrag minstens 50 à 60 euro. In sommige berghutten is er een keukentje maar in de meeste niet, binnen je eigen potje koken is dus niet vaak geen optie, buiten kan het altijd natuurlijk.

Wie een berghuttentocht doet, raad ik aan lid te worden van een bergsportvereniging (NKBV in Nederland en KBF in Vlaanderen) want dan slaap je aan de helft van de prijs. Je bent dan meteen ook goed verzekerd voor je activiteiten.

Wildkamperen

Wie met zijn tentje of zeil op stap gaat, heeft veel meer flexibiliteit. Op sommige routes en in bepaalde gebieden zijn er (verplichte) bivakterreinen voorzien vb. de GR20 in Corsica, Parc National de la Vanoise maar dit eerder uitzondering dan regel. Het komt er dus op aan zelf een goede bivakplaats te vinden. Het is niet overal toegestaan om wild te kamperen. Via opzoekwerk en navraag bij lokale autoriteiten, hebben we een overzicht van de regelgeving per land opgemaakt.

Langs de GR20 in Corsica moet je verplicht bivakkeren nabij de berghutten.

Bevoorrading

18 mei

Voeding

Op veel wandelroutes is herbevoorraden geen evidentie, net omdat je middenin de natuur of de bergen zit waar weinig bewoning is.

Wie binnen slaapt, kan daar ook eten en er zelfs eventueel een lunchpakket kopen. Dan kan je het gewicht van je rugzak echt beperkt houden.

Wie met de tent op stap gaat, zal naast zijn materiaal ook een voedselvoorraad meenemen. Je mag toch rekenen op ongeveer 800-900gr per dag per persoon. Meer dan een week voeding meenemen begint toch al serieus door te wegen. Je kan eventueel eens binnen slapen om al voor 1 dag wat minder eten te hoeven meenemen.

Een groot deel van je rugzakgewicht gaat naar voedsel.

Het komt er aan je goed te informeren wat de mogelijkheden zijn. Wandelgidsen geven vaak aan waar je je kan bevoorraden maar soms is deze informatie verouderd.

Enkele opties:

  • Soms kan je in berghutten wat voeding kopen maar het aanbod is beperkt en de prijzen hoog.
  • Beter kijk je uit naar bergdorpen waar er soms een winkeltje is. Het aanbod is beperkt, de meest gevraagde producten vind je er maar bijvoorbeeld vriesdroogvoeding of ontbijtgraten niet. Ga altijd na wat de openingsuren zijn om niet onverwacht voor een gesloten deur te staan, bellen is de beste manier om dat te weten te komen. In de zuiderse landen wordt er na de middag een lange siësta houden en gaan de winkel pas ’s avonds opnieuw open.
  • Je kan er ook voor opteren om van je wandelroute af te wijken en naar een groter dorp (met dito winkel) te stappen maar daar verlies je soms veel tijd mee.
  • Je kan eventueel werken met één of meerdere postpakketten die je stuurt naar een logement of naar een lokaal postkantoor (als ‘poste restante’). Binnen het land zelf versturen is vaak een stuk goedkoper dan internationaal.

Zijn de bevoorradingsmogelijkheden te beperkt en zie je het niet zitten om al dat eten mee te nemen, kijk dan eventueel uit voor een andere route.

Water

Water vul je zoveel mogelijk ter plaatse aan. Op de meeste wandelroutes is het geen probleem om minstens één keer per dag water aan te vullen. Wie in een berghut overnacht of langskomt, kan uiteraard daar drinkbaar water krijgen. Enkel in hutten die heel hoog gelegen zijn vb. in rotsachtig terrein, moet je water kopen. Op een ‘gewone’ wandelroute kom je dit heel zelden tegen of er zou al echte waterschaarste moeten zijn.

In Noord-IJsland vulden we onze drinkzak aan in riviertjes, zonder te zuiveren.

Wie kampeert, kiest ook best een locatie waar makkelijk water te vinden is vb. een riviertje of meer, die staan op de kaart aangeduid. Sommige kleine bergriviertjes kunnen in de praktijk opgedroogd blijken, zeker in augustus en september en vooral in kalkrijke gebieden waar water heel snel in de bodem verdwijnt. Het is moeilijk op voorhand te weten of dit het geval zal zijn, soms kan je dat afleiden uit reisverslagen en wandelgidsen. Ofwel stap je dan door naar een volgende locatie, ofwel zorg je dat je genoeg water meeneemt (extra plastiek flessen zijn dan handig).

Hier tappen we water in het riviertje dat het meer voedt en zuiveren we nog voor alle zekerheid.

Als je oppervlaktewater neemt (uit riviertjes of bergmeren) is zuiveren zeker aangeraden. Al zit je hoog in de bergen, vervuiling van dieren is altijd mogelijk. Stromend water is beter dan stilstaand water. Water enkele minuten doorkoken is voldoende. Voor koud drinkwater kan je zuiveringstabletten gebruiken vb. Micropur Forte. Ook een waterfilter is mogelijk maar de effectiviteit en het gewicht varieert. Informeer je goed als je een filter koopt.